Familievergadering

Het moment komt waarop er meer moet gebeuren dan ons ongecoördineerde ‘wat vaker binnenlopen’. Omdat de mededelingen van onze moeder vaak niet meer kloppen (‘Nee, er is niemand geweest, ze zullen het allemaal wel druk hebben!’), besluiten we als kinderen om elkaar via e-mail op de hoogte te houden van onze bezoekjes aan haar. Ook nemen we ons voor om onze activiteiten en vakanties wat op elkaar af te stemmen. Dat lukt vooralsnog niet erg, want we zijn niet gewend om veel met elkaar te communiceren. Wij besluiten om een familievergadering te houden. Ik heb het er moeilijk mee, lig er nachten lang over te woelen en te peinzen en kom er niet uit. Het is nu twee jaar geleden dat ik mij met een schok realiseerde dat mijn moeders gedrag niet meer klopte en dat het woord ‘Alzheimer’ zich als een duiveltje in mijn gedachten nestelde. Maar ik heb het steeds uitgesteld om met elkaar over onze moeder praten. Ik vind het afschuwelijk dat we zonder onze moeder erin te kennen, óver haar gaan overleggen. Het liefst zou ik er mét haar over spreken. Maar zelf vindt ze nog steeds dat er niets aan de hand is. Ze weigert categorisch te praten over het falende geheugen, de steken die ze laat vallen en wat dat zou kunnen betekenen. De keren dat ik er met haar over probeer te praten, houdt ze de boot af en die ene tussenzin, die haar ergens ontglipte in zo’n tussen-de-zinnen-door-gesprekje, spreekt boekdelen: ‘Ja én, áls het dan zo is? Wat heb ik eraan om dat te weten? Dan ben ik helemaal nérgens meer!’

Op een avond in november zitten we bijeen, de vijf kinderen en hun partners, om over onze moeder te praten. Het is onwennig en vreemd: nooit zien we elkaar allemaal tegelijk zónder onze moeder, nog nooit hadden we een ‘vergadering’ met elkaar. Ieder van ons heeft in de loop van de jaren een eigen relatie met onze moeder opgebouwd en die relaties waren zelden of nooit onderwerp van gesprek tijdens feestjes of toevallige ontmoetingen. Ik ben me er scherp van bewust dat wij een weinig intiem familieleven kennen, maar ik voel me erg verantwoordelijk als oudste, ik ben als een kameel met een veel te zware last op de schouders, de last van het weten van de ziekte en de scenario’s voor de toekomst, de last van te veel verantwoordelijkheid. Omdat ik niet dichtbij woon, ben ik de enige die het verval in het leven van alledag heeft meegemaakt: een heel weekend mooi weer spelen lukt mijn moeder niet, de façade brokkelt dan onherroepelijk af. Maar zie, onze bijeenkomst verloopt prima en het valt allemaal mee. We drinken koffie en eten van de meegebrachte vlaai en we blijken met elkaar te kunnen praten over heel andere dingen dan we gewoon zijn. We vertellen elkaar hoe we onze moeder ervaren en wat we opmerken in haar functioneren en reageren. Ik zeg hoe dapper ik haar vind: eigenlijk is ze hét grote voorbeeld van leven met je wat je nog kunt en niet treuren om verlies. Haar weigering om onder ogen te zien wat ze eigenlijk toch wel weet, kun je ook zien als een overlevingsstrategie.

Wij spreken die avond tegen elkaar uit, dat we haar willen steunen in het gevecht voor waardigheid, eigenheid en plezier in het leven. En dat we voor haar willen zorgen en naar mogelijkheden zullen zoeken om haar leventje zoals ze het gewend is zoveel mogelijk op de rails te houden. We besluiten een weekendrooster te maken, zodat we allemaal om beurten voor activiteiten met onze moeder zorgen, we verdelen een aantal taken: doktersbezoek, boodschappen, oriëntatie op veiliger manieren van koken, omgang met geld, aandacht voor gezond eten… Als de avond voorbij is, voel ik me erg blij. We gaan het samen doen! De eerste stappen zijn gezet, er ligt nog een lange weg voor ons.

Gepubliceerd in: Denkbeeld, tijdschrift voor psychogeriatrie, juni 2008